filmproductie

vrouwelijk (de)/ˈfɪlᵊmproˌdʏksi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. filmkunst (filmkunst) geheel van de werkzaamheden om een of meer films te maken
    Terugkijkend op films die soms 60 jaar oud zijn vraagt om context. Toen hij vol enthousiasme zijn films maakte was er bijna geen Nederlandse filmproductie, en kinderfilms waren er sowieso niet.
    Marleen Slot: „Bij een Nederlandse filmproductie boek je een post in van 5 procent in voor ‘onvoorziene kosten’. Hier is dat 10 procent. Dat is veelzeggend. In Nederland werken we efficiënter.”