fikkie

/ˈfɪki/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. hondje, meestal van een vuilnisbakkenras
    Geef mijn portie maar aan fikkie. - Ik moet er niets van hebben.
  2. vuurtje

Etymologie

*"fik" , in de betekenis van ‘hond’ aangetroffen vanaf 1916

Uitdrukkingen

  • Er zijn meer hondjes die fikkie hetenMeerdere personen hebben dezelfde naam