fijt
alle geslachten/fɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (medisch) verergering van een nagelriemontsteking (paronychia) naar een ontsteking van de gehele vinger
Etymologie
* In de betekenis van ‘ontsteking aan vinger’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1554
Vertalingen
Engelswhitlow, felon
Franspanaris
DuitsNagelgeschwür, Panaritium
Spaanspanadizo
Italiaanspatereccio, giradito
Portugeespanarício
Poolszastrzał
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek