fenol
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scheikunde) een uit steenkolenteer verkregen organische verbinding (C6H5OH) bestaande uit een benzeenring waarvan één waterstofatoom is gesubstitueerd door een hydroxylgroep (OH)
Etymologie
* In de betekenis van ‘carbolzuur, hydroxybenzeen’ voor het eerst aangetroffen in 1881
Vertalingen
Engelsphenol
Fransphénol
Spaansfenol
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek