feniks

mannelijk (de)/ˈfenɪks/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. mythologie (mythologie) fabeldier, een vogel die zich om de vijf eeuwen verbrandde en dan verjongd uit zijn as verrees
    Ze was onzeker, maar als het licht op het podium aanging, veranderde ze en werd ze zó krachtig. Ze was een soort feniks die steeds uit de as herrees.

Etymologie

*via Middelnederlands "venix" en Latijn "phoenix" van "φοῖνιξ" (foinix), in de betekenis van ‘mythische vogel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1301

Vertalingen

Engelsphoenix
DuitsPhönix
Spaansfénix
Portugeesfénix