fenegriek

/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bloemplanten (bloemplanten) vlinderbloemige, sterk riekende plant
  2. kruid (kruid) fenegriekblad of fenegriekzaad van
  3. specerij (specerij) gedroogd fenegriekblad of fenegriekzaad van welke in voedsel worden gebruikt

Vertalingen

Engelssicklefruit fenugreek
Fransfenugrec
DuitsBockshornklee
Spaansalholva, fenogreco
Italiaansfieno greco
Portugeesfeno-grego, fenacho, alforva
Russischпажитник сенной
Chinees胡芦巴
Japansフェヌグリーク
Koreaans큰노랑꽃자리풀
Arabischحلبة
Turksçemen otu
Poolskozieradka pospolita
Zweedsbockhornsklöver
Deensbukkehorn