feminisme
onzijdig (het)/ˌfemiˈnɪsmə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (filosofie) streven naar het opheffen van de achterstelling van vrouwen en vrouwelijke eigenschappen door een gelijkwaardige behandeling van mannen en vrouwen„Het patriarchaat dwingt vrouwen in een keurslijf van beschikbaar en sexy zijn maar vooral niet te vrij en gemakkelijk – de lijn tussen preuts en slet is dun en het is nooit goed”, aldus Mars, die 25 is. „Tegelijkertijd moeten mannen altijd zin hebben, jagen. Meer feminisme en minder gendernormen is goed voor iedereen en voor alles en misschien nog wel het meest voor seks.”Feminisme is in 2019 weer een brede beweging waar je bij wil horen. Met doelen die even divers als pragmatisch en soms tegenstrijdig lijken te zijn. Het feminisme van nu is dat van duizend bloemen die bloeien. Het is praktisch, richt zich op soms kleine onrechtvaardigheden of ongemakken.Lacour gaf een algemeen overzicht der vrouwenbeweging. Jules Bois hield een zeer interessante rede over de jonge vrouw in verschillende landen. .... Was die rede interessant, nog merkwaardiger vond ik te constateeren welke hoogst belangrijke vorderingen het feminisme hier in de laatste jaren gemaakt heeft. Het publiek dat voor deze bijeenkomsten in grooten getale opkwam, bestond noch uit spotters noch uit excentrieke persoonlijkheden zooals in het begin der beweging. De dames waren overwegend, maar het waren dames uit de hoogere standen, beschaafde fatsoenlijke vrouwen, geen vrouwelijke politiciens. De mannen behoorden tot de élite van het denkend Parijs.
Etymologie
*via "féminisme" of direct afgeleid van Latijn "vrouw" , in de betekenis "streven naar gelijkwaardige behandeling van vrouwen" aangetroffen vanaf 1893 (zie vindplaats hieronder)
Vertalingen
Engelsfeminism
Fransféminisme
Duitsfeminismus
Spaansfeminismo
Italiaansfemminismo
Portugeesfeminismo
RussischФеминизм
Arabischأنثوية
Turksfeminizm
Poolsfeminizm
Zweedsfeminism
Deensfeminisme
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek