feestmuts
mannelijk/vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (hoofddeksel) vaak kegelvormig hoofddeksel dat men draagt ter gelegenheid van een feestelijke gebeurtenisToen het WikiWoordenboek de 100.000 artikelen bereikte zette iedereen zijn feestmuts op.
Vertalingen
Engelsparty hat
Fransbonnet de fête
DuitsFestkappe
Zweedspartyhatt
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek