feestganger
mannelijk (de)/ˈfes(t)xɑŋər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die naar een feest gaatVolgens de politie zal het dodental waarschijnlijk nog verder stijgen. Zaterdag konden autoriteiten de dood van negen personen bevestigen, maar toen al vreesde men voor meer slachtoffers omdat er nog 25 feestgangers werden vermist. Hoeveel vermisten er nu nog zijn, kon de politie niet zeggen, schrijft Reuters. De zoektocht kan volgens de LA Times nog twee dagen duren. NRC Sam de Voogt 4 december 2016Voor feestgangers die op een andere plek de vrijheid willen vieren, is in Het Volkspark een ander, gratis evenement voor de jeugd. Het Vrijheidsfestival in Enschede is een evenement met activiteiten en muziek voor kinderen en jeugd van 0-17 jaar. Het festival is gratis toegankelijk voor iedereen. Dat evenement is van 12.00 uur tot 18.00 uur.
Etymologie
*Samenstellende afleiding van feest en gang
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek