woorden
boek
Start
›
F
›
familievakantie
familievakantie
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
een vakantie samen met alle leden van een gezin
Synoniemen
gezinsvakantie
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← familievak
familievakanties →