familiebijbel

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bijbel die in gebruik is bij een gezin
    Voor dat laatste haalt ze vaak iets aan uit de familiebijbel, meestal iets vermanends.
    - Jeremia 29:28, door Maren Brandt gemarkeerd in de familiebijbel Elke vrouw is de architecte van haar eigen lot.
    Haar vader en haar tante lezen liever de zware kasboeken van hun huishouding, en daarnaast is er natuurlijk de oude familiebijbel, maar deze boeken, verstopt op de vliering van het huis, zien er anders uit.