familie-uitje

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een feestelijk tochtje dat men met bloedverwanten maakt
    "Het is vreselijk wat er is gebeurd", zegt Jos Bouman, eigenaar van de gemotoriseerde driewieler, tegen Omroep Gelderland. "Het was een familie-uitje. Het waren een moeder met haar dochters."
    Kees Rijvers is al een paar jaar de oudste international van Oranje die nog in leven is. Over krasse knarren gesproken: hij viert vandaag zijn 95ste verjaardag met een gezellig familie-uitje.