falset

onzijdig (het)/fɑlˈsɛt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. muziek (muziek) het hoogste register van de menselijke stem, waarbij alleen de randen van de stembanden bij de trilling betrokken zijn
    De contratenor had een prachtig ontwikkeld falset.

Etymologie

* Leenwoord uit het Italiaans, in de betekenis van ‘stemregister’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1564