falanx
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈfalɑŋks/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (geschiedenis) rechthoekige gesloten formatie van zware infanterie, veel gebruikt door de Grieken in de klassieke oudheid
- (militair) opstelling van een leger, slagorde
- (anatomie) kootje van vinger of teen
Etymologie
* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘slagorde’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1824
Vertalingen
Spaansfalange
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek