factor
mannelijk (de)/ˈfɑktɔr/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- meewerkende oorzaak, katalysatorDe aanwezigheid van steenkool was een belangrijke factor voor de ontwikkeling van de chemische industrie in Zuid-Limburg.
- (wiskunde) getal in een vermenigvuldigingHet ontbinden in factoren is een belangrijke tak van de wiskunde geworden.
- maat waarmee men de werking of een eigenschap van een stof of product kan weergevenIk smeerde me van top tot teen in met factor 50, hees mijn zware rugzak op mijn rug en liep omhoog richting ‘Pinchot Pass’.
zelfstandig naamwoord
- (handel), (beroep) iemand die namens een of meer anderen werkzaamheden verricht, bijv. een afgezant van een handelaar
Etymologie
* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘element’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1856
Vertalingen
Engelsfactor
Fransfacteur
DuitsFaktor
Spaansfactor
Portugeesfactor
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek