fabriekssirene

vrouwelijk (de)/faˈbriksiˌrenə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. luide toeter die de het begin en en einde van een werkdag aangeeft van een fabriek
    Of ze beschreef de onderklasse, de arbeidersvrouw die wachtte tot de mannen naar huis kwamen wanneer de fabriekssirene had geklonken.