f-sleutel
mannelijk (de)/ˈɛfsløtəl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (muziek) één van drie, bij de voortekening van een notenbalk behorende aanwijzers, die een lijn voor een bepaalde toon markeren, in dit geval de toon 'f'De overige lijnen zijn daardoor tevens bepaald. De aanwijzing geldt tot de laatste maatstreep, tenzij voordien anders aangegevenDe f-sleutel staat in de voortekening van de onderste notenbalk van een pianopartij.
Etymologie
*, geschreven met een koppelteken volgens
Vertalingen
EngelsF-clef
Fransclef de fa, clé de fa
DuitsF-Schlüssel
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek