föhn

mannelijk (de)/føn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een toestel dat een warme luchtstroom voortbrengt voor het drogen en opmaken van het kapsel, een haarföhn
    Het is verbazingwekkend wat je met een föhn kunt bereiken.
  2. meteorologie (meteorologie) een warme droge wind afkomstig uit Italië die vaak aan de noordzijde van de Alpen waait

Etymologie

* Het woord is in het Zwitsers-Duits ontwikkeld uit Latijns favonius. De naam van het elektrische toestel is hetzelfde woord en tevens aan het Duits ontleend.

Vertalingen

Engelshairdryer
Franssèche-cheveux, fœhn, föhn
DuitsHaartrockner, Föhn
Spaanssecador de pelo