extreem
onzijdig (het)/ɛkˈstrem/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het uitersteTatertot was een prachtige vrouw van in de dertig die bij de start van haar PCT haar hoofd tegen de hitte had kaalgeschoren. Ze hield van extremen, een avontuurlijke levensgenieter die altijd leven in de brouwerij bracht.
- de hoogste of laagste waarde die een functie kan bereiken
- uiterst, uitzonderlijkDit is het extreemste geval dat ik ooit gezien heb.De maan heeft geen atmosfeer, dus je ervaart een voortdurend bombardement van micro-meteorieten en de temperatuurverschillen zijn extreem. Tubantia 2 jul. 2019 [https://www.tubantia.nl/wetenschap/dit-is-hoe-je-kunt-leven-op-de-maan~abf82a71/ Dit is hoe je kunt leven op de maan]Deze extreme hitte vormde een reëel gevaar. Twee jaar eerder was er op dit stuk trail nog een 19-jarige jongen overleden aan de gevolgen van een zonnesteek.
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘uiterst’ voor het eerst aangetroffen in 1544
Vertalingen
Engelsextreme
Fransextréme
Duitsextrem
Spaansextremo, extremamente
Portugeesextremo, extrema
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek