explosiviteit
vrouwelijk (de)/ˌɛksplosiviˌtɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de mate waarin iets of iemand tot uitbarsting kan komenIn een sport waar de toptien van de eeuwige ranglijst volledig wordt gevuld door atleten uit het voormalige Oostblok (met het wereldrecord van 76,80 meter op naam van DDR-werpster Gabriele Reinsch als bedenkelijk relikwie uit het dopingverleden), moet Van Klinken het hebben snelheid, explosiviteit en atletisch vermogen.
Etymologie
*afgeleid van "explosief"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek