ever
mannelijk (de)/ˈevər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (evenhoevigen) in het wild levende voorouder van het varken
Etymologie
*In de betekenis van ‘hoefdier’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1287
Vertalingen
Engelswild boar
Franssanglier
DuitsWildschwein
Spaansjabalí
Italiaanscinghiale
Portugeesjavali
Russischкабан
Turksyaban domuzu
Poolsdzik
Zweedsvildsvin
Deensvildsvin
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek