evenwichtigheid

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het evenwichtig zijn
    Persoonlijk denk ik dat hij, Poetin, losgeslagen is. Ik maak me echt zorgen over zijn beoordelingsvermogen en evenwichtigheid momenteel. „En hier zit wel een kerel die zijn vinger in potentie op de kernknop heeft. Dat maakt dat we goed moeten opletten.”[https://www.nrc.nl/nieuws/2022/03/07/wat-poetins-oorlog-zo-gevaarlijk-maakt-a4097970 www.nrc.nl (7 mrt 2022)]

Etymologie

*afgeleid van evenwichtig