evacué

mannelijk (de)/ˌevakyˈwe/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die door de ontruiming van een gebied naar een andere plaats moest gaan
    Op 5 mei 1945 verbleef ik als evacué uit Wageningen met mijn twee broers op een boerderij in Snelrewaard bij Oudewater.

Etymologie

* van "évacué"