estrik
mannelijk (de)/ˈɛstrɪk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (verouderd) gebakken en geglazuurde vloertegel
Etymologie
*via Middelnederlands "estric" van Latijn "astracum" "plavuis"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
*via Middelnederlands "estric" van Latijn "astracum" "plavuis"