essence

mannelijk/vrouwelijk (de)/ɛˈsɑ̃sə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kookkunst (kookkunst) sterk geconcentreerd aromatisch aftreksel van geurstoffen of smaakstoffen
  2. scheikunde (scheikunde) scheikundig bereide stof met geconcentreerde smaak of geur

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘aromatisch aftreksel’ voor het eerst aangetroffen in 1715

Vertalingen

Engelsessence
Spaansesencia