essence
mannelijk/vrouwelijk (de)/ɛˈsɑ̃sə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kookkunst) sterk geconcentreerd aromatisch aftreksel van geurstoffen of smaakstoffen
- (scheikunde) scheikundig bereide stof met geconcentreerde smaak of geur
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘aromatisch aftreksel’ voor het eerst aangetroffen in 1715
Vertalingen
Engelsessence
Spaansesencia
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek