espenhout
onzijdig (het)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- hout van de ratelpopulier () waarvan men klompen of lucifers maaktVan het fijngezaagde brandhout dat naast de kachel lag te drogen stak een geur op: bitter, schurend in de keel met zijn lucht van verschroeide sparrenbast en vochtig vers espenhout, dat geurig was als reukwater.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek