escudo
mannelijk (de)/ɛsˈkudo/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (financieel) naam voor munteenheid
- munteenheid van Kaapverdië (eigenlijk Kaapverdische escudo)Kaapverdië ligt op zes uur vliegen van Nederland. (…) De lokale munt is de escudo.
- (geschiedenis) voormalige munteenheid van verschillende landen waar Portugees of Spaans wordt gesprokenPortugal hoopt met lagere lonen en productiekosten de export aan te jagen. Vóór de invoering van de euro kon Portugal dit doen door de escudo te laten devalueren.
- (numismatiek) muntstuk met de waarde van 1 escudoWie Portugal heeft uitgekozen als zijn vakantiebestemming moet dan ook niet opkijken als hij aan de jas wordt getrokken door een bedelaar of een blinde om een escudo hoort vragen.
Etymologie
*van "escudo"
Vertalingen
Engelsescudo
Spaansescudo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek