escapist
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die uit het gewone dagelijkse leven wil ontsnappen'Ik zie de man die ik niet wil zijn: een vluchter, een escapist, een gewonde ziel die weg, weg, weg wil. Weg van de dagelijkse realiteit, weg van de politiek. Ik vlucht naar andere taalgebieden, ik verschuil me in zeven talen, omdat ik niet weet wat ik eigenlijk te zeggen heb. Het Parool Theodor Holman25 juli 2013 [https://www.parool.nl/nieuws/ah-frans-timmermans-wat-scheelt-eraan-frans~b4890435/ Ah, Frans Timmermans. Wat scheelt eraan, Frans?]
- iemand die uit een afgesloten ruimte ontsnaptVeel kan medeoprichter Edwin van Sas van Escapist er niet over kwijt, er moet immers wel wat te puzzelen overblijven. "Je boekt een rondleiding door de galerie en puzzelt met de kunst die daar hangt." Het Parool Steffi Posthumus6 juni 2018 [https://www.parool.nl/nieuws/puzzelen-met-kunst-in-escaperoom-the-gallery~bcbf6883/ Puzzelen met kunst in escaperoom The Gallery]
Etymologie
*afgeleid van escape
Vertalingen
Engelsnonrealist
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek