escaleren
/ɛskaˈlerə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (erga) stapsgewijs toenemen in omvang, intensiteit, uit de hand lopenZe stellen zich terughoudend op om te voorkomen dat de zaak escaleert.Men verwacht niet dat het grensconflict escaleert tot een totale oorlog.
- (ov) heviger maken
- (ov) ter beslechting voordragen aan hogergeplaatsten
- (inerg) (scheepvaart) (verouderd) aanleggen in een haven
Etymologie
*[4]: van "escaler"
Vertalingen
Engelsescalate
Duitseskalieren
Spaansescalar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek