erg

onzijdig (het)/ˈɛrᵊx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het zich bewust zijn van iets; alleen voorkomend in de vaste uitdrukking geen erg hebben in
    Ik heb daar geen erg in gehad.
  2. iets heel verschrikkelijks
    Het allerergste van al die meelopers van Engeland en Sovjet-Rusland was dat ze totaal geen idee hadden van de gevaarlijke consequenties als Duitsland zou verliezen.

Etymologie

#verschrikkelijk, deerniswekkend, hevig, bar, heftig

Vertalingen

Engelsterrible, very, awareness
Poolsstraszny, bardzo, wiedza