erfdochter
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- dochter die een belangrijke erfenis van haar ouders kan verwachtenUw leven is voor u afgepaald: gij zult in uw stad en uw land regeren en een rijke erfdochter huwen en u een schoon huis stichten en kinderen verwekken, die u vreugde geven en eer doen aan uw grote naam.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek