equivalent

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iets gelijkwaardigs
    Dat is het equivalent van drie glazen bier.
    Maar nadat Boedapest zijn equivalent van het Slânsky-proces had doorgemaakt, werden de demonstraties steeds oncontroleerbaarder en ontwikkelden zich tot een opstand tegen alles waar de partij en regering voor stonden, geleidelijk aan met gewapende groepen.
  2. taalkunde (taalkunde) een woord of woordgroep in een bepaalde taal dat verwijst naar precies hetzelfde concept als een woord of woordgroep in een andere taal
    Chambres d'hôte is het Franse equivalent van 'bed and breakfast'.
  3. taalkunde (taalkunde) een woord met volledig gelijke betekenis
    'Plezant' is het Vlaamse equivalent van 'leuk'.

Etymologie

*Afkomstig van het Latijnse aequivalentem, actief deelwoord van aequivaleo.

Vertalingen

Engelsequivalent
Franséquivalent
DuitsÄquivalent
Spaansequivalente
Portugeesequivalente