epitheton
onzijdig (het)/eˈpitətɔn/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (taalkunde) bijvoeglijk naamwoord of bijvoeglijke bepalingRichard Groenendijk wilde het aan het slot van zijn optreden bij Jinek (KRO-NCRV) toch even aan de orde stellen. Waarom was hij daar geïntroduceerd als „de Rotterdamse cabaretier”, terwijl je bij Youp van ‘t Hek of Sanne Wallis de Vries toch nooit het epitheton „Amsterdams” zult horen?
- aanvullende aanduiding die een onderscheidende eigenschap benadruktHonderden commentaren verbinden Enaits naam intussen aan het epitheton „orthodoxe moslim”.
- (biologie) tweede woord in officiële soortnamen volgens de binaire nomenclatuur, woord dat de precieze soort aangeeft na het eerste dat het geslacht aanduidtLinnaeus besloot radicaal orde op zaken te stellen. Hij benoemde iedere soort met een combinatie van twee Latijnse woorden: een genusnaam die het geslacht van de soort aanduidt en een zogeheten epitheton dat de soort specificeert.
Etymologie
*via Latijn "epitheton" van "ἐπίθετον" (epítheton) "bijvoeglijk naamwoord, bijnaam", in de betekenis van ‘bijnaam’ voor het eerst aangetroffen in 1663
Vertalingen
Engelsepithet
Spaansepíteto
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek