epifyse

vrouwelijk (de)/ˌepiˈfizə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. anatomie (anatomie) een klier die onderdeel is van de epithalamus en melatonine uitscheidt
    Door melatonine uit te scheiden oefent de epifyse invloed uit op het dag/nachtritme, daar melatonine de nucleus suprachiasmaticus, die de circadiane ritmes regelt, beïnvloedt.
  2. anatomie (anatomie) het uiteinde van een pijpbeen

Etymologie

*afgeleid van het Griekse 'phuein' [doen groeien]

Vertalingen

Engelspineal gland
Fransglande pinéale
DuitsZirbeldrüse
Spaansglándula pineal, epífisis, epífisis
Italiaansghiandola pineale
Portugeesglândula pineal
Russischшишковидная железа, эпифиз
Chinees松果腺
Japans松果体
Koreaans송과선
Poolsszyszynka
Zweedstallkottkörteln