epicurist

mannelijk (de)/ˌepikyˈrɪst/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. filosofie (filosofie) volgeling van Epicurus, die leerde dat het geluk van personen het hoogste goed in het menselijk leven is
    Ik zou meer in het verborgene willen gaan leven. ‘Lathe biosas’, zeiden de epicuristen. Leef onopvallend.
  2. genotzuchtig persoon
    De naam van Oskar Lafontaine - sociaal-democraat en bovendien epicurist - kwam natuurlijk ook voor. Want die houdt zeer van dames, hij is ook al voor de derde keer getrouwd.

Etymologie

*(eponiem), afgeleid van de naam in het Latijn van de Griekse wijsgeer uit de 4e eeuw v.Chr.