Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

envoi

mannelijk (de)/ɑ̃ˈvwɑ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. dichtkunst (dichtkunst) aanhef van de slotstrofe, zoals die traditioneel in een rederijkersgedicht voorkomt
    Elke cyclus eindigt bovendien met een envoi, de strofe waarmee middeleeuwse rederijkers hun gedicht of ballade eindigden, bedoeld om iemand aan te spreken of vaarwel te zeggen. Uit de laatste envoi, gericht aan een moeder, moeder Aarde: ‘Je gebroken gezicht heeft alle vragen / opgezogen. Je krijgt alleen nog bloed / over je lippen.’

Etymologie

*van """ "wegzending"