ensemble
onzijdig (het)/ɑ̃ˈsɑ̃blə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- toneelgezelschap of muziekgezelschapDe Duitse actrice en zangeres Gisela May, vooral bekend als Brecht-vertolkster, is vrijdag overleden. Ze was 92 jaar. „Met haar sterft een van de grootste kunstenaressen van de ondergegane DDR”, zegt intendant Claus Peymann van het Berliner Ensemble, waaraan ze decennia lang was verbonden. NRC Henk van Gelder 2 december 2016
- muziekstuk of deel daarvan, voor samenspel van verschillende instrumenten of stemmen
- aantal bij elkaar passende kledingstukken
- samenhangend geheelSimone Vermaat van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed (RCE): „Samen met de nieuwe omgevingswet maakt de erfgoedwet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Ook gebouwen jonger dan vijftig jaar kunnen sinds 2012 een monumentenstatus krijgen. Met deze nieuwe wet kan een interieur in samenhang met een rijksmonument worden aangewezen als ensemble.” NRC Sandra Smets 12 september 2016
Etymologie
*Ontleend aan het "ensemble"
Vertalingen
Fransensemble
Spaansconjunto
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek