enigheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. datgene waar men het met elkaar eens kan zijn
    De Drie Formulieren van Enigheid - de belijdenisgeschriften Heidelbergse Catechismus, Nederlandse geloofsbelijdenis en de Dordtse Leerregels - komen er dan ook niet meer aan te pas in Enschede. 'Positief-christelijk' noemt Bisschop de nieuwe toelatingseis. "De student moet een christelijke invulling aan de studententijd willen geven. Geloven hoeft niet per se, maar de student moet er wel mee bezig zijn." Tubantia 29-08-17 [https://www.tubantia.nl/enschede/gereformeerde-studenten-in-enschede-ook-wij-zitten-in-de-kroeg~a264efb1/ Gereformeerde studenten in Enschede: 'Ook wij zitten in de kroeg']
  2. het alleen en eenzaam zijn

Etymologie

* afleiding van enig