elfuurtje

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. maaltijd waarbij men koffie met wat lekkers gebruikt om een uur of elf 's-morgens
    Uitslapen kreeg de bijbetekenis van verslapen en van het Nederlandse elfuurtje bleef al helemaal weinig over. Een gespecialiseerd woordenboekenbureau polijstte alles glad waarna het Nederland-Japan Instituut de eindredactie deed. Voor sommige woorden moest met Nederland worden overlegd. Remmelink: “Ik ben al twintig jaar weg en dacht dat rekeningrijden iets als autorijden op kosten van de baas moest zijn.” NRC Dirk van Delft 12 november 1994 [https://www.nrc.nl/nieuws/1994/11/12/voer-voor-rangakusha-7245538-a1263696 Voer voor Rangakusha]
    Dan toonde ik je snapsters en snoepsters gewis bij de vleet;Die 't elfuurtje bij buurvrouw gaan pakken, zoo 't heet; De dichtwerken(1886)–W.J. van Zeggelen [https://www.dbnl.org/tekst/zegg002dich01_01/zegg002dich01_01_0005.php Sermoen van Pater Brom.]

Vertalingen

Engelselevenses