elfendertig

/ˈɛlfənˌdɛrtɪx/

Betekenis

telwoord
  1. informeel (informeel) om een willekeurig getal aan te duiden, kan aangeven dat het dan ook teveel is of dat het aantal niet echt ter zake doet
    Ik heb je al elfendertig keer gevraagd om je kamer op te ruimen, komt er nog wat van?

Etymologie

*, naar de elf-en-dertig, onder wevers de aanduiding van een kam die voor het weven van extra fijn en breed linnen elf extra gangen boven de dertig gebruikelijke had; het begrip wees eerst op netjes werken, later verschoof de betekenis meer naar traag werken en werd het als een telwoord opgevat