elektrowinkel

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zaak waar men elektrische apparatuur kan kopen
    Twee gemaskerde mannen, gewapend met vuurwapens, hebben zaterdagavond een overval gepleegd op een elektrowinkel van de keten Vanden Borre in Drogenbos. Er vielen geen gewonden, zo heeft het parket van Brussel zondag gemeld.
    Niet alleen de Rode Duivels kunnen een aardige duit overhouden aan het WK. Ook drankencentrales en elektrowinkels maken zich klaar om gouden zaken te doen.
  2. een wetenschapswinkel die elektrotechnisch gerelateerde vragen probeert onder te brengen in het wetenschappelijk onderwijs dan wel onderzoek

Etymologie

* afleiding van winkel