elektriciteitsprijs

mannelijk (de)/eˌlɛktriziˈtɛitsprɛis/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. tarief dat voor het gebruik van stroom moet worden betaald
    Het Duitse energieconcern RWE heeft in de eerste helft van dit jaar een lagere winst geboekt. Het bedrijf had te maken met lagere elektriciteitsprijzen en gedaalde volumes bij de opwekking van stroom.
    Weekdagen in de winter, daar moeten gascentrales het van hebben. Dan ligt de elektriciteitsprijs gemakkelijk 5 euro per MWh hoger dan anders.