eierkoker
mannelijk (de)/'ɛɪjərkokər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (huishouden) een klein keukenapparaat om eieren mee te koken door middel van stoom, waardoor ze precies op de gewenste hardheid (zacht, medium of hard) worden bereid
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek