eiders

/plaatshouder taxonomie/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. eendvogels (eendvogels) een onderfamilie van voornamelijk in of nabij de zee levende eenden uit de familie , de familie der eenden, ganzen en zwanen. Soms wordt de onderfamilie gezien als een tribus van de , de Mergini. Tot de Merginae behoren de eiders, zee-eenden, zaagbekken en verwanten. In Nederland komen 8 soorten voor, voornamelijk op of aan zee

Etymologie

* "eider" met de uitgang -s