effening

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gelijkmaking
    Vaak kregen de al met een nummer benoemde data achteraf, als ze zich op een of andere manier onderscheiden hadden, een bijnaam. (De Breuk. De Effening. De Vuile Witregel.) {{Aut|Heijden, A.F.TH. van der
  2. genoegdoening
    Het kon niet anders dan levenslang zijn, stelt het gerechtshof. Alleen die straf is de juiste vergelding en leidt tot effening van de schade die De B. de nabestaanden van de slachtoffers heeft toegebracht. {{sic!|later bleek dat er geeneens een misdaad was gepleegd!!

Etymologie

* van effenen

Vertalingen

Engelsplanishing, smoothing, acquittal