eeuwigheid
vrouwelijk (de)/ˈewəxˌhɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (filosofie), (religie) de oneindige tijd die nog zal komenWat je ervaart als het heden en het nu, is een punt waarop tijd en eeuwigheid samenkomen.De eeuwigheid kan niet in artistieke voorstellingen maar alleen in het individuele zelf worden gevonden.Volgens sommige christenen moet je tot in de eeuwigheid branden in de hel als je niet in hun stroming van het christendom gelooft.
- (hyperbolisch) veel meer tijd dan gewenstIk heb hier echt een eeuwigheid zitten wachten tot je eindelijk klaar was.
- (hyperbolisch) een gevoelsmatig lange tijdNoël is al een eeuwigheid een vriend van de familie Bonnet.Die nachtmerrie leek wel een eeuwigheid te duren, maar in feite waren het slechts seconden.Voor vertrek kreeg ik naast enthousiaste reacties ook veel aanmerkingen. Een halfjaar weg van mijn gezin vond men wel erg lang. Toch voelde het voor mij niet als een eeuwigheid, wat zijn immers zes maanden op een mensenleven?
Etymologie
*Afleiding van eeuwig .
Vertalingen
Engelseternity
Franséternité
DuitsEwigkeit
Spaanseternidad
Zweedsevighet
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek