eetlepel
mannelijk (de)/etlepəl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (huishouden) bestek gemaakt van metaalMet een eetlepel eet je meestal soepEen eetlepel is groter dan een dessertlepel en kleiner dan een opscheplepel.
- de hoeveelheid die in een eetlepel past (met een volume van 15 ml)neem twee eetlepels suiker
Vertalingen
Engelstablespoon
Franscuiller, cuillère
Spaanscuchara
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek