eetlepel

mannelijk (de)/etlepəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. huishouden (huishouden) bestek gemaakt van metaal
    Met een eetlepel eet je meestal soep
    Een eetlepel is groter dan een dessertlepel en kleiner dan een opscheplepel.
  2. de hoeveelheid die in een eetlepel past (met een volume van 15 ml)
    neem twee eetlepels suiker

Vertalingen

Engelstablespoon
Franscuiller, cuillère
Spaanscuchara