eendagsvlieg

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈendɑxsˌflix/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. haften (haften) insect uit de orde dat na het larvenstadium uit het water te zijn gekomen nog slechts korte tijd blijft leven
    Net als de eendagsvlieg leeft de horzel maar kort.
  2. figuurlijk (figuurlijk) iemand die of iets dat eenmalig en gedurende korte tijd succes heeft, bekend/populair is e.d.
    Ondanks het enorme succes van zijn eerste plaat lukte het hem nooit een tweede hit te scoren en bleef hij een eendagsvlieg.
  3. taalkunde (taalkunde) neologisme dat slechts één of hooguit enkele malen gebruikt wordt (bijvoorbeeld in een krant) en daarna weer helemaal uit de taal verdwijnt
    Het woord bleef een eendagsvlieg, dat alleen in het kamerdebat werd gebruikt.

Etymologie

*Samenstelling van een, dag en vlieg

Vertalingen

Engelsmayfly, dayfly
Franséphémère
DuitsEintagsfliege
Spaansefímera