eencilinder

mannelijk (de)/ˈensiˌlɪndər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. techniek (techniek) verbrandingsmotor met één zuiger in een huls (vaak gebruikt als eerste deel van een samenstelling)
    De eencilinder leverde 90 pk en was in staat om 20.000 toeren per minuut te draaien.
  2. techniek (techniek) voertuig of vaartuig dat wordt aangedreven door een verbrandingsmotor met één zuiger in een huls
    Je legt dit fietsje gemakkelijk plat, je scheurt over de rotondes en op bochtige klinkerweggetjes wordt het motorrijden een feest. (…) Goedkoop is deze eenvoudige eencilinder niet, less is more geldt helaas ook voor de prijs: 10.000 euro voor de uitvoering met ABS.