ecu
mannelijk (de)/ˈeky/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (afkorting) (financieel) fictieve munt, voorloper van de euro t.e.m. 1 januari 1999, waarvan de waarde gebaseerd was op de gewogen gemiddelde waarde van de valuta's van de lidstaten van de Europese Unie, m.u.v. Oostenrijk, Finland en Zweden
Etymologie
* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘fictieve munteenheid van de EU tot 1999’ (afkorting van European Currency Unit) voor het eerst aangetroffen in het jaar 1984
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek